Zo sleep je die zak geld binnen

geplaatst op 06-05-2017

In de reeks masterclasses “Filmen Maar!” organiseerde VERS afgelopen maandag de tweede avond die in het teken stond van financiering: “Ka-Ching!” Hoe krijg je als beginnend maker je korte film financieel van de grond? Waar moet je aan voldoen om met een zak geld de deur uit te gaan? Filmregisseur Robert Jan Westdijk, producent Maarten van der Ven, Jolijn van Rees van het Nederlands Filmfonds en In-Soo Radstake van Cinecrowd gingen hierover met elkaar in gesprek.

Er zijn verschillende regelingen bij het Filmfonds om aan geld te komen, vertelt Jolijn van Rees. Er is geen leeftijdsgrens, alleen bestaat wel de regel dat studerende filmmakers nog geen plannen kunnen indienen. Daarbij moet een aanvraag doorgaans ingediend worden door een producent en niet door de regisseur zelf. Zorg dus als maker dat je een producent aan je hebt gebonden. Op deze manier weet het fonds dat je je op het creatieve aspect van de film kan richten en je niet hoeft bezig te houden met de zakelijke kanten.
 
De belangrijkste aspecten waar het Filmfonds op let zijn de inhoudelijke zaken: is je idee origineel en is het urgent dat het gemaakt wordt? Wat voor soort maker ben je en is deze film een logische volgende stap in je ontwikkeling? Waarom wil deze maker dit verhaal vertellen? Wie ga je bereiken? Daarnaast moet de aanvraag ook bestaan uit een financieringsplan en is een toelichting van alle betrokkenen (zoals de scenarist en producent) wenselijk. Tot slot raadt van Rees sterk aan om in de toelichting kort en krachtig te schrijven. Een veel voorkomende fout bij aanvragen is dat makers in hun scenario/script niet waarmaken wat ze in hun toelichting allemaal beschrijven. Haal er daarom niet van alles bij om indruk te maken, dat werkt eerder averechts.
 
Het Cinecrowd platform heeft een grote toegankelijkheid, vertelt In-Soo Radstake: hier kan (bijna) iedereen die werkt met bewegend beeld een crowdfundingcampagne starten. Natuurlijk is niet iedereen in dezelfde mate succesvol, daarom vraagt deze manier van financieren een zekere inspanning van de maker. De video waarin je het project pitcht moet krachtig zijn om mensen te kunnen overtuigen, daarnaast moet je zelf campagne voeren om aandacht te trekken en te zorgen dat men jouw filmidee financieel wil steunen. Radstake vertelt dat je hier zeker wel een maand aan kwijt bent en dat het wijs is er minstens een uur per dag mee bezig te zijn. Het belangrijkste bij zo’n campagne is dat je dicht bij je project blijft en dat je je realiseert wat de waarde van je project is. Zet dat in om mensen betrokken te houden bij jouw film.
 
Regisseur Robert Jan Westdijk raadt aan je filmidee bij anderen te testen: “Het is een avontuur, het is leuk. Door te pitchen weet je meteen of iemand aan je lippen hangt of niet. Het is natuurlijk makkelijk iets te verkopen waar je heilig in gelooft. Je moet daarom maniakaal geloven dat je er gaat komen met je film.” Als je een film maakt zonder subsidie kan je het grote geld ook zoeken bij investeerders, vertelt de maker: “Je kunt mensen uit alle hoeken mailen, of soms het gaat viavia. Als je een investeerder hebt gevonden, misschien kent diegene dan nog twee of drie personen die je ook mag benaderen. Op die manier creëer je ook een soort crowdfunding.” Maar zitten rijke zakenmensen wel te wachten op onbekende filmmakers? Producent Maarten van der Ven zegt daarop: “Vergis je daar niet in. Je moet je realiseren dat mensen met heel veel geld het vaak ook heel leuk vinden om een jonge filmmaker te helpen en daarover te kunnen vertellen aan anderen.”
 
Nieuwsgierig geworden naar meer inspiratie? De volgende masterclass 'En...Aktie!' is maandag 5 juni om 20.00 uur in het VonderCS en focust zich op het productieproces van je film. Aanmelden doe je hier!

Tekst: Malou Wagenmaker



meer artikelen