100% geschikt

geplaatst op 28-10-2017

Teledoc Campus is een gezamenlijk project van de NPO, CoBO, het Nederlands Filmfonds en het NPO-fonds voor de ontwikkeling van documentairetalent. Een van de makers die dit jaar in de derde reeks een korte documentaire mocht ontwikkelen is Mari Sanders, normaal gesproken regisseur van voornamelijk fictieprojecten. In 80% ongeschikt speelt de regisseur, die zelf in een rolstoel zit, de hoofdrol in een onderzoek naar de worsteling van de samenleving met de gehandicapte medemens.

Zijn droom om filmmaker te worden begon op z’n veertiende, aldus Mari. “Ik deed aan toneel en merkte dat ik steeds eigenwijzer werd. Op het podium staan vond ik eigenlijk niet zo leuk, maar ik was wel steeds bezig met hoe het beter kon. Van een erfenis kocht ik een camera en ik heb het nooit meer losgelaten.”

‘Wat voor filmmaker ben je?’ vindt Mari een van de moeilijkste vragen die er is. “Ik laat iemand liever vijf films of fragmenten zien, zodat diegene het zelf kan bepalen. Als ik achteraf naar mijn films kijk en ze moet interpreteren, zou ik zeggen dat ik altijd op zoek ben naar de vreemde eend in de bijt die zich moet verhouden tot een nieuwe omgeving, maar daar ben ik niet bewust naar op zoek.” Mari wil graag ongrijpbaar blijven: “Dat maakt het leuker voor jezelf en voor anderen. Ik heb nu een documentaire gemaakt en dan wordt meteen gevraagd of je er weer een gaat maken, maar ik ben nu juist bezig met een fictiefilm. Films maken is te leuk om je aan één genre te houden.”



‘Grootste obstakel ben ik zelf’
Van een filmmaker in een rolstoel verwacht je misschien dat zijn handicap een groot obstakel is bij het uitoefenen van zijn vak, maar het tegendeel blijkt waar. Volgens Mari is zijn rolstoel nooit een issue geweest. “Het heeft me eerder geholpen. Zo kijk ik anders naar de wereld dan iemand zonder handicap: ik heb leren doorzetten en geleerd tegen de klippen op te gaan. Daarnaast heeft het me geholpen bij mijn identiteitsvorming, omdat ik snel heb moeten leren wie ik was.”

De regisseur ziet zichzelf eerder als een obstakel: “Elke keer weer het witte-paginasyndroom verslaan. Het opstarten van projecten blijft lastig. Als de trein eenmaal rolt, rolt hij wel door. Ook heb ik moeten leren omgaan met m’n ego. Ik dacht dat ik alles onder controle moest hebben en dat mensen mij stom vonden als ik iets niet wist – tot ik besefte dat ik in dienst sta van het verhaal. Ik vind de rol van ‘meneer de regisseur’ geen leuke, ik maak veel liever samen met anderen een verhaal om daar vervolgens leiding aan te geven.”

Als Mari toch iets zou moeten noemen wat het regisseren in een rolstoel lastig maakt, is het dat hij niet kan voordoen hoe hij dingen voor zich ziet. Maar ook dat buigt hij weer om tot een voordeel: “Ik heb ooit geleerd dat je dat als regisseur juist níet moet doen, en het maakt dat ik nu goed met woorden kan overbrengen wat ik wil.”

Moreel dilemma
In 80% ongeschikt onderzoekt Mari de vraag of het terecht is dat hij een uitkering krijgt vanwege zijn handicap. “Ik kreeg vanaf mijn achttiende een Wajong-uitkering en nam dat eigenlijk altijd voor lief. Tot het moment dat ik 5000 euro moest terugbetalen van wat ik had verdiend voor het maken van een film. Toen ontstond bij mij een moreel dilemma: is het feit dat ik deze uitkering krijg eigenlijk wel terecht? En zo nee, hoe kom ik er dan uit? Dit voelde heel persoonlijk en daarom heb ik mezelf als casus genomen. Ik wilde dit in volledige eerlijkheid en openheid doen en heb mezelf ook nauwelijks geregisseerd. Je ziet mij in m’n dagelijkse leven, bij het UWV om te praten over mijn mogelijkheden in de huidige participatiemaatschappij en in gesprek met m’n broer, vriendin, vrienden en Jetta Klijnsma (Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Rutte II, red.).”



Eyeopener?
Mari hoopt dat de film 80% ongeschikt nieuwe inzichten oplevert over het systeem dat volgens hem slachtoffers kweekt. “In de jaren zeventig presenteerde Mies Bouwman het programma Open het dorp, waarmee geld werd ingezameld voor een dorp voor gehandicapten. Het idee ‘stop die gehandicapten lekker allemaal bij elkaar’ zit nog steeds een beetje in het Nederlandse DNA. Inmiddels gaat het over integratie, wat ik toejuich, maar ik stel wel kritische vragen over de manier waarop.”

“Momenteel worden er banen gecreëerd voor gehandicapten, zoals dozen chocola inpakken. Stoppen we ze daarmee niet stiekem weer in een hokje? Wat mij betreft leren gehandicapten dat ze ambitie mogen hebben en gaat het systeem voortaan uit van dromen en aspiraties in plaats van zich te concentreren op risicovermijding. Op de langere termijn zal risicovermijding mensen niet helpen uit een uitkering te komen, maar het aanwakkeren en ondersteunen van ambities wel. Mijn film bleek voor medewerkers van het UWV in ieder geval al een eyeopener.”

80% ongeschikt beleeft zondag 29 oktober om 23:20 uur zijn televisiepremière op NPO 3.
 



meer artikelen