Als ik zeg Ooona, dan zeg jij…?

geplaatst op 16-11-2017

Recent heb ik dan eindelijk een film gemaakt met potentie. Zo eentje waarvan je weet: dit is beter dan wat ik voorheen maakte, dit heeft internationaal ook een publiek. Via mijn wonderbaarlijke DoP vonden we een native speaker, die de boel kon ondertitelen in het Engels. Maar Duits? Nee. Ik heb geen Duitser in mijn netwerk die dat kan. Hoewel ik het zelf redelijk kan spreken, is ondertitelen wel een ander dingetje. Als ik Weerzienwekkend op Berlinale wil hebben, ziet het er toch wat strakker uit als er Duitse ondertiteling onder het beeld te lezen is. Ik kan me voorstellen dat - als die Duitse bezoekers Rotterdamse roots zouden hebben – ze denken: pleur op met je Engelse bullshit.

Ik besluit een workshop te volgen bij Meike Lindsen van CinemaBioscoop. Dit bedrijf promoot Nederlandstalige films op internationaal niveau, door ze in steden zoals Parijs, Riga, Lissabon en ook Rotterdam en Amsterdam ondertiteld aan te bieden aan filmfestivals. Het vertalen laat Lindsen graag aan een vertaler over: "Puur het vertalen van een film is een job op zich voor een taalprofessional," verklaart zij. Zoals ik vermoedde: een vak apart. En interessant genoeg om er meer over te weten te komen. Niet iedere taalprofessional is geschikt voor deze job legt ze uit. "Niet alleen kennis van taal is vereist, ook kennis van culturen, films, gebruiken, spreekwoorden, gezegdes en nuances in de taal. En dat in minimaal twee talen: je moet het zowel van de taal waaruit je vertaalt weten als de taal waarvoor je vertaalt." Lindsen benadrukt dat de context, juist bij film, zo belangrijk is. Je kan niet een op een een film vertalen. "In Nederlandse films wordt veel gebruikt gemaakt van typische situaties en uitdrukkingen. Ik denk dat daardoor Nederlandstalige films bij uitstek erg geschikt zijn voor taallessen." Denken in context in plaats van in een letterlijke vertaling voorkomt een "make that the cat wise"-situatie, meent Lindsen met een glimlach.
 
Om Nederlands films in het buitenland te promoten, werkt ze veel samen met filmfestivals. Door ze ondertiteld aan te leveren, wil ze de slag maken om meer Nederlandse films internationaal vertoond te krijgen. Het viel Lindsen op dat de vertaling van een film zo'n aanslag kan zijn op het budget van programmering. Daardoor kiezen festivalprogrammeurs regelmatig voor films die al ondertiteld zijn. Ze pleit ervoor dat filmmakers een vertaling of zelfs meerdere vertalingen opnemen in hun begroting. "Maak daar ruimte voor. Je ziet meestal direct of een filmmaker zelf de ondertiteling in elkaar heeft geknutseld of dat een taalprofessional een mooie vertaling heeft gemaakt. Het is echt een vak." Daarentegen begrijpt ze de filmmakers wel. Je wil immers jouw film kunnen inzenden bij Shortcutz of andere filmfestivals waar een Engelse ondertiteling een vereiste is. 




Toch pleit Lindsen voor professionele ondertiteling: "Ik vind het zo zonde om te zien dat een kunstenaar veel tijd heeft gestoken in het maken van een mooie film en dan zoiets als de aftiteling afraffelt. Over elke seconde heb je nagedacht en dan zit er ineens een fout in de ondertiteling." Dit kan zelfs gaan om tikfouten die erin sluipen. Of drie regels ondertiteling, ook een fout die voorkomt bij ondertitels gemaakt door filmmakers zelf. En de gehele ondertiteling in een gekke kleur. De meest gemaakte fout door filmmakers, is waarschijnlijk het afbreken van de zin op de juiste plek, want dit vereist echt maatwerk per zin, tijdscode en shot. Volgens Lindsen allemaal no go's. Er zijn internationale regels hoe ondertitels opgesteld moeten worden, waar je je aan moet houden en wat wel en wat niet mag. Deze regels zijn bedacht door mensen met ervaring uit dit specifieke vak en de statements zijn er niet voor niets: zo blijven de teksten leesbaar, blijft het aansluiten bij het medium en is ondertiteling een universeel herkenbaar element.

Het vertalen van een film is dan weliswaar een beroep op zich, je kan het als maker integreren in wat je kan. Het is op z'n minst goed ietwat kennis te hebben van een vak waarmee je te maken hebt. Lindsen laat me de zogeheten Ooona-software zien: volledig in de cloud, er komt geen download aan te pas. Ik importeer daar mijn eigen film in. Eventueel kan je een srt-bestand met Nederlandse ondertitels importeren waar je de tekst op de juiste tijdcode voor de vertaler in zet. Die heb ik nu zelf niet nodig: ik mag hopen dat ik mijn film van A tot Z ken. Tijdens het maken van de vertaling in het Duits wordt duidelijk in het rood weergegeven wanneer ik te ver doordraaf in het aantal woorden voor die ene regel. Hierin komt het echte vak naar voren: de gesproken taal vertalen naar een ondertitel die de goede vertaling weergeeft en ook past binnen de internationale regels van ondertiteling, inclusief de vele gemaakte fouten en problemen. Na een dag theorie en een dag praktijk is er een kleine première voor de vertaling van Weerzienwekkend. Blij als ik ben is de titel nu Ein Wiederschrecken geworden: ook in het Duits een nieuw, nog niet bestaand woord als filmtitel. Dat is nou eenmaal wat kunst hoort te doen, vernieuwende producten maken die een toevoeging zijn op het bestaande aanbod. Soms moet je dan het wiel opnieuw uitvinden. Of buiten je comfortzone treden. Maar als iemand nu Ooona zegt weet ik tenminste waar het over gaat. 




Tekst: Wouter Springer



meer artikelen