Broers: een persoonlijk debuut

geplaatst op 01-06-2017

Bram Schouw studeerde cum laude af aan de HKU, won een Gouden Kalf met zijn korte film Sevilla en nu is daar zijn eerste lange speelfilm. Broers is meteen een heel persoonlijk debuut geworden. Een gesprek over het leven, de dood en alles daartussenin. 

De broertjes Lukas en Alexander zijn elkaars tegenpolen, maar hun intense band overheerst. De beschouwende Lukas kijkt op tegen zijn oudere broer Alexander. Wanneer die naar Frankrijk vertrekt, besluit Lukas dan ook om hem te volgen. Op hun reis groeien de broers steeds dichter naar elkaar toe maar worden ook de verschillen tussen hen pijnlijk duidelijk.
 
In een interview kwam ik de volgende uitspraak van jou tegen: “Toen ik vijftien was had ik een droom om ooit een speelfilm te maken, maar ik heb nooit gedacht, zelfs niet na mijn afstuderen, dat die droom ook uit zou komen.” Hoe voelt het nu om je eerste speelfilm in de bioscoop te hebben?
“Die gedachte kwam voort uit een soort nederigheid. Ik kwam van de HKU en zeker in die tijd voelde de filmwereld voor mij heel ver weg. Ik dacht altijd, als je een film wilt maken dan moet alles meezitten. De totstandkoming van deze film is als het eindpunt van een reis die ik lange tijd voor onmogelijk hield. Daarnaast hoop ik dat dit moment het vertrekpunt is van een nieuwe reis. Het lijkt mij een heerlijk vooruitzicht om de rest van mijn leven films te mogen maken.” 
 
Sevilla ging in 2012 in première. Is de weg naar Broers, je eerste speelfilm, zo’n lange geweest?
“Ik heb blijkbaar die reis nodig gehad om tot deze film te komen. Die kent best wat tegenslagen. Omdat het maken van een speelfilm een lange route bleek - ik ben de eerste jaren vaak afgewezen met mijn scenario’s - regisseerde ik vooral korte dingen: clips, commercials en korte films. Dat was mijn beste leerschool. Sevilla was de eerste korte film die ik samen maakte met schrijver Marcel Roijaards, dat was achteraf gezien het begin van Broers.
 
De jaren tot aan Sevilla heb ik nodig gehad om een eigen stem te ontwikkelen. In het begin keek ik te veel naar de manier waarop mijn favoriete regisseurs films maakten. Een grappig feitje is dat ik de namen Lukas en Alexander van de hoofdpersonages uit Broers heb ontleend aan mijn twee favoriete regisseurs Lukas Moodysson (Fucking Åmål) en Alejandro Iñárritu (Babel, 21 Grams). Als een soort ode. Het heeft even geduurd voordat ik erachter kwam wat ik met mijn films wil vertellen. Broers is daar het resultaat van. Ik heb één broer die als een vriend voor mij is, dat maakt deze film tot een heel persoonlijke.”



Met Sevilla won je een Gouden Kalf voor Beste Korte Film. Heeft dat veel deuren voor je geopend?
“Die vorm van erkenning heeft mij, en ook de crew met wie ik werk, meer zelfvertrouwen gegeven. Na zeven jaar aan afwijzingen was dat beeldje een fijne steun in de rug. Ik kan beamen dat deze prijs zaken in een stroomversnelling heeft gebracht. Ik werk altijd samen met scenarioschrijver Marcel Roijaards, ineens ben je niet meer twee anonieme makers uit Den Haag maar kenden mensen ons als die jongens van van Sevilla. Dat heeft ongetwijfeld bepaalde deuren geopend die voorheen gesloten bleven.”
 
In hoeverre kunnen we Sevilla, eveneens een film over een roadtrip van twee broers, zien als proloog op deze film?
“Ik zou Sevilla eerder een vertrekpunt voor deze film willen noemen, ondanks onmiskenbaar familie van elkaar zijn het namelijk twee verschillende films. Sevilla is een film met schematische karakters die moest voelen als een zoete herinnering, die ene perfecte zomer, een film over een universeel gevoel van onsterfelijkheid als je jong bent waar de karakters vooral niet de overhand mochten krijgen maar het universele gevoel centraal stond. Voor Broers hebben we juist een karakterstudie gemaakt. De film moest gaan over twee totaal verschillende jongens. Alexander de roekeloze charismatische rebel tegenover Lukas die een meer beschouwend karakter heeft en daarin dichter bij mijzelf staat.”
 
De thema’s dood en rouwverwerking komen terug in veel van jouw films, waar komt die fascinatie vandaan?
“Ik heb een bijna romantische benadering van de dood. Leven omdat de dood zo dichtbij is, dat vind ik een fascinerend gegeven. Zo kan ik mij, ondanks het verdriet, gelukkig voelen op begrafenissen. Een ex-ploeggenoot uit mijn oude voetbalteam is omgekomen bij de ramp met vlucht MH-17. Op de dag van zijn begrafenis zat een kerk in Den Haag bomvol met mensen. Ondanks het enorme verdriet was dat een schitterende dag, de manier waarop je met elkaar zo’n moment beleeft, waarin je luistert naar speeches, zo’n dag die iedereen heeft vrijgemaakt en waarop de tijd even stil lijkt te staan. Dat moment, waarop je in je vluchtige leven gedwongen wordt om even heel dicht tot jezelf te komen, stemt op de een of andere manier gelukkig. We hebben geprobeerd om dat gevoel van geluk ook in de film te stoppen.”
 
De twee broers worden gespeeld door Jonas Smulders en Niels Gomperts, waren zij vanaf het begin jouw ideale Lukas en Alexander?
“Lukas is een jongen waarbij je hopelijk voelt dat hij in zijn eigen kracht kan komen als hij niet de hele tijd in de schaduw van zijn broer Alexander zou blijven staan. Daarom was ik erg blij met Jonas, hij was twintig tijdens de draaiperiode maar oogt soms heel volwassen, indrukwekkend wijs in het lichaam van een jongetje, precies wat ik zocht. Niels had ik in een vroeg stadium al in mijn hoofd. Voor de rol van Alexander was het belangrijk dat ik iemand vond die dit karakter was, en niet hoefde te spelen. Niels wilde alle stunts zelf doen, die heeft zelf apestoned op een dakrand gestaan en heeft met 170 kilometer per uur op een motor gezeten. Die moesten we soms eerder in toom houden. Hij is voor mij de drijvende kracht van deze film.”
 

Heb jij hen als regisseur veel vrijheid gegeven?
“Ik vond het belangrijk dat de film de energie van Niels met zich meedroeg, daarom hebben we de draaiperiode zo ingericht dat hij zich helemaal vrij kon voelen. De film was weliswaar strak gedecoupeerd maar daarnaast was er ruimte voor improvisatie. Of we lieten de scène net wat langer doorlopen om die ene blik van Jonas te vangen, dan kon de rest van de scène de prullenbak in omdat die ene blik genoeg zei. We wilden een zo impliciet mogelijke film maken, zo visueel mogelijk verteld.”

De film gaat over de innige relatie tussen twee broers. Is de relatie met je eigen broer de voornaamste inspiratiebron geweest?
“Ook de relatie met mijn eigen broer zou ik eerder een vertrekpunt willen noemen. We zijn niet alleen opgegroeid als broers, maar ook als beste vrienden. Jonas en Alexander hebben een andere relatie. Die hebben we voor de film erg uitvergroot. Mijn broertje en ik staan veel dichter bij elkaar en zullen dat ook altijd blijven. De breuk tussen de twee broers die in de film centraal staat, komt voort uit vriendschappelijke relaties waar ik mee heb moeten breken om zelf in mijn kracht te komen.”
 
Is dat een grote angst, om je broer te verliezen?
“We hebben het gehad over mijn romantische benadering van de dood, maar het idee dat mijn broer dood zou gaan, is er een waar ik geen enkele romantische gedachte bij kan hebben. Zelfs het overlijden van een van mijn ouders zou ik uiteindelijk kunnen accepteren en kunnen omarmen als onderdeel van het leven. Maar de dood van mijn broer, dat is misschien wel mijn allergrootste angst. In die zin gaat Broers misschien ook wel een beetje over die angst.”

Broers draait vanaf vandaag in de bioscopen.  
 

 
Tekst: Björn Beerthuizen



meer artikelen