Eerste internationale coproductie vanuit de Nederlandse Filmacademie een feit

geplaatst op 11-09-2017

Habiba, een korte fictiefilm over het weerzien tussen twee ex-geliefden, is de eerste internationale coproductie van de Nederlandse Filmacademie en het Belgische RITCS. Pina Balk, productiestudente aan de NFA, volgde lessen over coproductie: een fenomeen dat niet meer weg te denken is uit de filmwereld, maar nog geen onderdeel uitmaakt van het curriculum. “Dat vond ik gek,” aldus Pina. “Mijn studieleider gaf aan dat het in mijn eigen tijd moest gebeuren, mocht ik hier iets mee willen doen.” En zo geschiedde: samen met mede eindexamenkandidaten Ashgan El-Hamus en Maxime Rozestraten ging ze de uitdaging aan, en legde de lat meteen hoog door er een internationale coproductie van te maken.

Van mozaïekvertelling in verschillende landen naar korte fictiefilm in België
Aanvankelijk zou de film een mozaïekvertelling verspreid over vier landen worden. Dit idee bleek voorlopig te hoog gegrepen: “Het bleek te ingewikkeld en daardoor liepen we vast.” Studieleider Anita Smit had echter goede contacten met het RITCS in Brussel en de academie bleek meteen enthousiast: Pina, Ashgan en Maxime mochten hun idee met een moodboard en scenario komen pitchen bij een productieklas van het RITCS. “We hoopten op een paar reacties, maar alle zestien studenten waren enthousiast en wilden mee doen!” Tijdens de pitch stond het verhaal al in de steigers, waardoor het meteen duidelijk werd dat de Belgen meer uitvoerend te werk zouden gaan. Om de film de gewenste internationale uitstraling te geven, vonden de opnames plaats in Brussel.

Tijdens het draaien kwam het uitgebreide Belgische locatieteam goed van pas. Zo wisten zij dat Brussel-Noord, waar de Nederlanders hun oog op hadden laten vallen tijdens een locatiebezoek, geen optie was. Te gevaarlijk. Daarnaast wisten zij de Nederlandse crew te overtuigen van de noodzaak om de gemeente bij het project te betrekken. Dat kostte veel tijd, maar uiteindelijk kregen ze dan ook alle medewerking. Ashgan beaamt: “Onze geluidsman had nog niet eerder meegemaakt dat wegen zo goed waren afgezet. De politie kwam zelfs langs op de set. Niet om te kijken wat er aan de hand was, maar om de veiligheid te waarborgen.”


op de set van habiba

Nederlanders versus Belgen
De onderlinge samenwerking verliep goed: er hing een energieke sfeer op de set en iedereen ging ervoor. Wel werd de Nederlandse crew geconfronteerd met het voldoen aan het stereotype botheid waar Nederlanders internationaal om bekend staan. “De cameraman die in onze ogen erg lief en goed in communiceren is, werd door de Belgische crew als pittig en zeer streng ervaren,” aldus Ashgan. “Belgen zijn niet minder duidelijk, maar wel beleefder. Er zijn geen conflicten ontstaan, maar we hebben wel geleerd dat de communicatie minder bot kan. We hadden er vooraf ook niet zo bij stil gestaan dat we, ondanks dat we dezelfde taal spreken, toch heel andere ideeën over de verbeelding van het scenario zouden hebben.”

De Belgische crew had namelijk een ander beeld voor ogen bij de film: zij beschouwden het verhaal als romantisch en bedachten daar de stad Gent als locatie bij. De Nederlanders zagen echter iets veel rauwers voor zich. Ashgan: “In een internationale samenwerking moet je nog alerter zijn op het goed overbrengen wat je wilt, door goed na te denken over wat je wilt en waarom.”



Een volgende keer zouden Pina en Ashgan, die de film samen regisseerden, langer de tijd willen nemen om iedereen er vanaf het begin bij te betrekken. Nu stond het verhaal al en was de Nederlandse crew vooral verantwoordelijk voor de inhoud en de Belgische crew voor de logistiek, terwijl het ook interessant is om te ontdekken wat een internationale coproductie kan betekenen voor de inhoud van een film en wat de input kan zijn van een ander land.

Samen regisseren
Het samen regisseren beviel Pina en Ashgan goed. “We wilden eerst de beeld- en spelregie verdelen, maar uiteindelijk hebben we alles samen gedaan en dat verliep heel organisch.” Het combineren van hun oorspronkelijke afstudeerrichtingen (respectievelijk productie en scenario) bleek wel wat lastig: waar Ashgan normaal gesproken na het schrijven van het scenario min of meer klaar was, moest ze nu gelijk door met de preproductie. “Dat was even wennen. Ik merkte dat ik nadat het scenario stond een beetje lui werd, maar moest toen volle bak door.” Pina vond de combinatie met name tijdens het draaien lastig, omdat beide takken van sport veel aandacht vragen: “Dat is net iets te veel van het goede.”

Dit filmproject was een goede leerschool voor hun toekomstige filmcarrière, waarin ze zeker met coproducties in aanraking zullen komen. In de toekomst verwachten de drie vaker samen te werken, maar nu nemen ze even een adempauze na de drukke periode waarin ze hun afstudeerfilms én Habiba maakten. 

Habiba is tijdens het Nederlands Film Festival te zien binnen het programma Dutch Students Abroad.


Tekst: Marina Kopier
 



meer artikelen