Komt de koning ook?

geplaatst op 24-05-2017

De roadmovie King of the Belgians - een coproductie tussen België, Nederland en Bulgarije - is een film van de Belgische regisseurs en producenten Jessica Woodworth en Peter Brosens. De film beleefde zijn wereldpremière op het filmfestival van Venetië en werd in Nederland al vertoond op het International Film Festival Rotterdam. Woodworth en Brosens maakten een mockumentary, waarin improvisatie en geloofwaardigheid de boventoon voeren. Het camerawerk van de Nederlandse Ton Peters speelt een belangrijke rol in het bereiken van deze echtheid. Een gesprek met Peters over zijn stijl en het maakproces van deze komische film. 

King of the Belgians vertelt het verhaal over de ingedutte Belgische koning Nicolas III. Om zijn imago wat op te krikken, besluit het paleis een promo-documentaire over hem te maken. Wanneer hij met zijn entourage op staatsbezoek is in Turkije, bereikt hen het bericht dat Wallonië zich onafhankelijk heeft verklaard. De koning wil zo snel mogelijk terug naar België maar vanwege een heftige zonnestorm is er geen vliegverkeer mogelijk. Het plan om via de Balkan te reizen wordt in het leven geroepen en een hilarische tocht volgt.
 
Hoe druk je een eigen stempel op films, ondanks dat die totaal van elkaar kunnen verschillen? "Het begint ermee dat ik een scenario, project of regisseur interessant vind. Door dat enthousiasme voor een film ben je automatisch gemotiveerd het verhaal goed over te brengen, zo kan ik mij elke film ‘eigen’ maken.  De stijl van filmen verschilt per project en vloeit voort uit de inhoud. Eerlijk gezegd vind ik het heel fijn als een regisseur al visuele ideeën heeft of bijvoorbeeld heel erg van een bepaalde schilder houdt. Dat geeft mij dan vast een richting; ik vind het heel fijn als ik een referentiekader heb. Over het algemeen is het wel een zoektocht om tot de best passende visuele stijl te komen. Ik ben daarom meestal al in vroeg stadium betrokken bij hoe een film eruit moet komen te zien." 



Zijn er specifieke mensen in je loopbaan geweest die je inspireerden? "Het medium film vond ik altijd al heel complex en fantastisch, toch wilde ik van origine documentaire fotograaf worden. Ik weet nog dat ik voor het eerst op het filmfestival in Rotterdam was en daar Stranger Than Paradise van Jim Jarmusch zag. Ik dacht: oh, zo kun je natuurlijk ook speelfilms maken! De film had een hele specifieke taal, een bepaalde stijl waar ik iets mee had: niet opvallend mooi, maar met een fijne terloopsheid. Er werd niet te ingewikkeld gedaan. Vanaf dat moment leek film ineens bereikbaar voor mij. Het jaar daarna kwam Paris, Texas uit, een film die complexer is dan het vroege werk van Jarmusch, maar ik herkende er nog steeds een bepaalde eenvoud in die ik niet zo associeerde met klassieke cinema. Ik dacht: dit snap ik, dit zou ik ook wel kunnen. Gaandeweg heb ik natuurlijk veel ervaring opgedaan en heb ik ook meer klassieke films kunnen draaien. Maar als ik die ogenschijnlijke eenvoud in een film terugzie, spreekt het me nog steeds erg aan."
 
Is die eenvoud ook terug te vinden in King of the Belgians? "Ja, dat denk ik wel. Ik moet ook zeggen dat ik het denk ik heel moeilijk had gevonden om King of the Belgians vijftien jaar geleden te draaien. Peter en Jessica hadden een sterk idee over de mise-en-scene. Zij hebben alles doordacht en bepaalden - terecht natuurlijk - hoe het gebeurde. Vroeger zou ik me veel meer in het proces gemengd hebben.  Ik zou dingen van tevoren aandragen: ‘Je moet nu hier zijn’; ‘De zon staat nu zo, dus let daar op.’ Op de een of andere rare manier speelden hier andere dingen een rol, omdat het niet in de eerste plaats mooi en gestileerd hoefde te zijn. Er zit een ander soort schoonheid in de film door de echtheid, die tot stand is gekomen door improvisatie van de acteurs en het minimaliseren van bijvoorbeeld belichtingsapparatuur. Het moest steeds op het moment zelf gebeuren, dan moet je ook veel dingen laten gaan. Je kunt je niet zo fixeren op een bepaalde look die je voor ogen hebt. Ik denk dat ik het vroeger veel lastiger zou hebben gevonden om die controle te verliezen."
 


De film is chronologisch gedraaid, had dit consequenties voor het camerawerk? "Het is heel fijn om chronologisch te draaien, zeker voor een film als deze, die zo in ontwikkeling blijft tijdens het maken. Je kunt dan gaandeweg inhoudelijk bijsturen. Jessica en Peter wilden niet dat alles al vastlag, ze wilden dat er ruimte was voor improvisatie zodat de geloofwaardigheid vergroot werd. Wanneer er kriskras gedraaid zou worden, zou dit proces niet optimaal mogelijk zijn. Het was ook bijzonder dat de acteurs op deze manier konden ‘verpauperen’: opgeruimd beginnen en op een gegeven moment letterlijk vies en aangetast worden door de reis."
 
Hoe is het om in een coproductie met een internationale crew te werken? "Ik vind coproducties ontzettend leuk, het verreikt de filmcultuur doordat je van elkaar leert. We draaiden voor deze film in België, Turkije en voor het grootste gedeelte in Bulgarije. De crews daar zijn buiten hun eigen films gewend om te werken aan grote Europese en Amerikaanse films en hebben hierdoor meestal veel ervaring. Overigens denk ik dat het voor Nederlanders sowieso goed is om in andere landen te werken. In Nederland zijn we namelijk super efficiënt, maar soms wel erg van: ‘Wat heb ik daaraan?’ en ‘Is het wel echt nodig?’ De keren dat ik met Belgen of niet-Nederlanders werkte was het niet zozeer de vraag of het wel echt nodig was, het is meer: ‘Wat willen we maken?’ Dat mis ik in Nederland soms een beetje, we zijn hier iets te pragmatisch. Dat heeft overigens niet alleen met beperkte budgetten te maken, volgens mij zijn de budgetten in België niet veel hoger. Door te werken met mensen die anders denken, merk je dat er ook andere perspectieven mogelijk zijn."
 
Was de sfeer op de set net zo hilarisch als in de film? "Op de set ging het er allemaal heel serieus aan toe, maar het plezier zoals je de film ervaart, was zeker terug te vinden bij het maken. De grap is dat de acteurs hun komische rol heel serieus spelen waardoor het pas echt grappig wordt. Al heel snel noemden we Peter ‘de koning’ (Peter Van Den Begin speelt de rol van de koning, red.) Als we nu met crewleden afspreken, zou ik vragen: ‘Komt de koning ook?’"
 
King of the Belgians is vanaf 25 mei 2017 te zien in de filmtheaters.
 

 
Tekst: Eva van de Burgt



meer artikelen