Le Poème Électronique: Reconstructie in actie

geplaatst op 27-06-2017

De collectiedag gaf het grote publiek dit jaar de kans om kennis te maken met de vers gerestaureerde pareltjes uit het preservatie archief van het EYE Filmmuseum. Het uiteenlopende programma werd vergezeld door uitgebreide inleidingen van diverse professionals en academici. VERS bezocht het experimentele klapstuk van de dag: Le Poème Électronique. Een live reconstructie van de modernistisch, abstracte, multimedia performance die eind jaren ‘50 - en ook nu weer - heel wat ervaringsstof deed opwaaien bij de toeschouwers.

Vechten tegen de vergankelijkheid 
Al sinds 1946 is EYE bewaker van nationale en internationale filmgeschiedenis, onder de naam van het Historisch filmarchief. Het archief bestaat inmiddels uit meer dan 40.000 films op verschillende mediaformaten en aanverwante informatieve objecten zoals filmaffiches en gebruikte filmapparaten. Al deze films - verzameld op één plek - vormen met elkaar voor zowel het publiek als voor de professionals een ‘filmhistorische staalkaart’, zoals EYE het zelf zo mooi omschrijft. Het is een uitdaging om het precaire filmmateriaal zo goed en zo lang mogelijk te bewaren. Zo is het EYE State of the Art Collectiecentrum een omgeving waarin al het materiaal op de juiste temperaturen bewaard wordt, afgesloten voor natuurlijke vijanden zoals vocht en licht. Hierdoor is het in beperkte mate mogelijk om een film tentoon te stellen aan publiek. Hierdoor wordt de jaarlijkse collectiedag een bijna unieke kans. Dit jaar was er onder meer aandacht recente restauraties. Stomme films als Blood Money (uit 1921, door Regisseur Fred Goodwin) en beelden van de De Olympische spelen van Amsterdam 1928 werden gratis vertoond met een informatieve inleiding vooraf. De dag werd afgesloten met het excentrieke reconstructie project Le Poème Électronique.

Moderne multimediale regenboog
Een regenboog van kleur, geluid, muziek en woorden kwam je tegemoet wanneer je je in 1958 op de Brusselse wereldtentoonstelling begaf, ontworpen door de befaamde Architect Le Corbusier in samenwerking met de componisten Varèse en  Xenakis. Het Philipspaviljoen was destijds het decor voor een experimenteel muzikale en visuele multimedia-installatie: Le Poème Électronique. De bewust ongecoördineerde samenwerking tussen verschillende kunstdisciplines zoals architectuur, muziek en cinema, veroorzaakte een ongekend surrealistisch spektakel. Ruimtelijke grenzen vervaagden en gingen op in de visuele ervaring, als in een hallucinerende trip. Het moet een vernieuwende ervaring geweest zijn voor die tijd. Misschien is het vergelijkbaar met wat Virtual Reality nu voor ons betekent, met een nog altijd kleiner wordend scherm, in de vorm van mobiele telefoons gecombineerd met papieren brilletjes en apps van supermarktspaaracties.Een nieuw soort werkelijkheid die in deze tijd steeds meer mensen versteld doet staan.       
 

Niet enkel spektakel en kakofonie
In de jaren ‘50 al, zorgde het experimentele stuk voor veel reuring. Maar niet het soort opschudding dat Le Corbusier eigenlijk in gedachten had. De uitvoering van de installatie werd naar zijn idee uiteindelijk te veel bepaald door de technische koers van de onvermurwbare opdrachtgever Phillips. De visie van het bedrijf, die de installatie meer als etalering wilde gebruiken voor hun technische innovatie, botste met de visie van Le Corbusier. Hij en zijn collega's zagen liever dat de installatie meer in dienst zou staan van de moderne kunst. Phillips was uiteindelijk als geldschieter de leidende partij.
 
Nu, jaren later, presenteren Jan de Heer en Kees Tazelaar na uitvoerig onderzoek een boek over dit bijzondere project. Met het door de makers nagelaten script en de met zorg gepreserveerde beelden uit het archief van EYE, maakten zij een reconstructie in de lijn van hoe het volgens Le Corbusier bedoeld was. De beelden hebben jarenlang in het filmmuseum opgeslagen gelegen, wachtend op een hereniging met de andere elementen van het multimediaproject. Het imposante, tentachtige, door Le Corbusier ontworpen paviljoen is al jaren geleden verloren gegaan. De organisch gewelfde plafonds en scheve muren waren precies zo ontworpen dat ze de gecomponeerde stukken van Xenakis en Varèse via geluidsroutes door het gebouw begeleidden. Op de collectiedag moest het hoekige, strak ontworpen gebouw van EYE compenseren voor dit verlies. Niet ideaal, zou je zeggen. Maar eigenlijk is de architectuur van het EYE gebouw juist een mooie aanvulling omdat de visie waarmee het ontworpen is, lijkt op de achterliggende ideeën van Le Poème Électronique. EYE is ontworpen om al je zintuigen te prikkelen, doordat het gebruik maakt van de overeenkomst tussen film en architectuur: de combinatie van licht, ruimte en beweging, Ook nu de geluidstechniek geavanceerder is geworden - bijna zo’n 70 jaar verder - complementeert het EYE als omgeving een complexe installatie als Le Poème Électronique op een hele kundige manier.


 
De bijbehorende beeldencollage was eveneens een indrukwekkende, abstracte kakofonie, getoond op het grootste scherm, in de grootste zaal van het EYE Filmmuseum. Met onder andere: archiefbeelden, flitsen uit Chaplin’s Modern Times, gekleurde vliegtuigen, apen, sterren en andere geometrische vormen op een achtergrond van wisselende atmosferische, heldere kleuren. De toeschouwer wordt hiermee in een duizelingwekkende visuele rit door tijd, geluid, en ruimte gezogen en zo op een impulsmatige, ongedwongen manier aan het denken gezet over de evolutie van de mens, media en kunst. De fragmentarische beeldenstorm doet enigszins denken aan surrealistische films uit de jaren zestig en zeventig, die ook gebruik maken van willekeurig lijkende beelden die allerlei associaties op kunnen roepen bij de kijker. De oude beelden en muziek in combinatie met  de nieuwe techniek en de museale setting van EYE, zorgden ervoor dat de focus volledig op het werk zelf kwam te liggen. Een eenmalige, waardige manier om de multimediale installatie nieuw leven in te blazen, die bovendien heel duidelijk het nut van preservatie van dergelijk materiaal demonstreert. Le Poème Électronique heeft veel musici en architecten geïnspireerd in de jaren na de Brusselse wereldtentoonstelling. Nu er een (verbeterde) reconstructie is gemaakt, kan deze belangrijke, bijna vergeten invloed, weer erkend worden. 

Een ding is zeker: met deze dag heeft het Eye het normaal op de achtergrond spelende proces van conservatie even goed onder de aandacht gebracht, met onder andere Le Poème Électronique als uniek en excentriek voorbeeld. De grote belangstelling voor de collectiedag vanuit het publiek bewijst dat er nog altijd behoefte is om oud materiaal te behouden en tentoon te stellen, in wat voor vorm dan ook! 

Tekst: Annelieke Vleugel



meer artikelen