Samendrommen in dromen

geplaatst op 09-12-2018

Fietsen staan stuur aan stuur in de Rotterdamse Gouvernestraat. De winter is neergedaald over het land, binnenin filmtheater KINO Rotterdam is het gelukkig aangenaam warm door de gezellige drukte. In één van de zalen draait de Chinese speelfilm Raise the Red Lantern, die de aftrap vormt van het kleinschalige filmfestival La Notte. Hoe kleinschalig? Eén nacht.

Terwijl we omringd worden door rode lantaarns, leidt China-expert Anne Sytske Keijser de film in. Ze komt belegen over met haar kennis over de Chinese film en literatuur en vertelt over de Chinese cultuur van honderd jaar geleden, waarin het normaal was dat mannen meerdere vrouwen hadden en wat voor machtsspel daaromheen hing. En inderdaad: de vier vrouwen in deze film leven in een gevangenis van rijkdom, maar ook van bedrog, status en manipulatie. Het gezelschap komt tevens niet buiten de muren van het paleis waar ze wonen, ze zijn een gebruiksvoorwerp waar sporadisch een deel van de vroegere identiteit van wordt prijsgegeven. Door de draaistijl wordt het opgesloten, beklemmende gevoel op vernuftige wijze aangezet. De connecties naar het huidige westerse systeem zijn duidelijk voelbaar: de film van Zhang Yimou werpt gespreksstof op. “We gaan een lekker biertje drinken, schat,” zegt de man naast me tegen zijn vriendin, met een klank alsof hij inspiratie heeft opgedaan.
 
Wie kunst absorbeert en ademt, komt aan zijn trekken tijdens deze derde editie van La Notte. Na Raise the Red Lantern draaien er nog drie films, waarmee het festival zichzelf presenteert als een nachtelijk filmfestival. Eén nacht, vier films: that’s it. Men moet na de eerste film kiezen: dan splitst het programma zich in twee films die tegelijkertijd de aandacht tot zich nemen. Men kan naar het Amerikaanse Cat People of naar de Thaise film By the Time It Gets Dark. Ik kies voor de tweede, mede omdat ik benieuwd ben naar het zogeheten speciale droomcadeau. Dit is trouwens wat La Notte een tintje geeft: iedere film heeft een extraatje. 
 
Van drukte naar stilte 
Wie de volgeladen zaal van Raise the Red Lantern aanhoudt als referentiekader, komt bij By the Time It Gets Dark enigszins bedrogen uit. Er zitten welgeteld vijftien mensen in de zaal, het erotisch getinte verhaal met katten dat op hetzelfde moment draait is overduidelijk populairder. Of men komt voor de soundtrack aldaar, want die is van de hand van David Bowie. Ik zal het niet weten, want ik wilde een droom en koos voor By the Time It Gets Dark: een film van Anocha Suwuchakornpong. Het droomcadeau is een dromenvanger, met daaraan een poëtische tekst van de regisseur gebonden. Ik ben zo benieuwd naar de film, die naar verluidt een film in een film in een film is, dat ik de dromenvanger met tekst wegstop in mijn jaszak. 
 
Twee vrouwen arriveren in een afgelegen villa. De jongste wil een film maken over de oudere, die de studentendemonstraties uit 1976 overleefd heeft. Daarna ontstaat een reis door de herinneringen van de vrouw aan die demonstraties. Ik raak verzand in surrealistische beelden, die afgewisseld worden met een interviewstijl. Het zet me regelmatig op een ander spoor, soms droom ik weg en zie ik de connecties met mijn eigen leven voor me. De film in een film kan ik nog volgen, maar bij de film in een film in een film raak ik echt de kluts kwijt. Nieuwe personages die geïntroduceerd worden; weer een andere draaistijl; een droom met groeiende paddenstoelen en champignons; een jongeman die even later vermoord wordt en een connectie blijkt te hebben met de oudere vrouw waar de film in een film over zou gaan. Tuut tuut! Halleluja. Wat is de boodschap van deze film? Het lijkt de kunst van het weglaten wel, de XXL-versie welteverstaan. “Ik moet het even laten bekomen,” laat mijn buurvrouw zich ontvallen. Ik meld dat ik hierna nog naar de vampierenklassieker Nosferatu: Phantom der Nacht ga. “Nou, ik ga naar huis. Voor mij is dit genoeg.” En ja, dat mag gezegd worden: kunst absorberen is hard werken. La Notte vraagt het van je, terwijl je natuurlijk ook de mogelijkheid hebt een film over te slaan en in de foyer te genieten van zachte jazztonen. 
 
 
Muziek van alle tonen 
Dat is een aangename toestand om in te belanden, na een film zoals By the Time It Gets Dark. Op adem komen is het recept, met een La Chouffe. Temidden van verliefde stelletjes en vriendengroepen neem ik plaats op een lange bank achterin, terwijl de liefde met scherpe nagels van Cat People haar sporen heeft achtergelaten bij het publiek. Mensen lijken elkaar meer dan anders te bestuderen, wellicht op zoek naar een zwarte panter in de ander. Of is men zich al mentaal aan het voorbereiden op de uitsmijter van de avond, die even na twaalven zal starten? Dit klapstuk, een hommage aan de zwart-wit variant over Graaf Dracula, met Klaus Kinski in zijn meesterlijke rol als vampier, is deze keer niet alleen een cinematografisch kunstwerk. Vanavond wordt de film ondersteund door een soundtrack die on stage wordt gemaakt door Legowelt, een Haagse electroproducer, bekend door zijn mysterieus klinkende tracks.  
 
Danny Wolfers, zoals hij officieel heet, laat ons kennismaken met wat voor mij van afstand eruitziet als een bundeling draden en apparaten. Gelach stijgt op vanuit het publiek als hij tot in detail beschrijft wat hij voor synthesizers voor zich heeft staan. Tegen het vleiende aan, maar ook behoudend en bevlogen, vertelt de geluidskunstenaar over zijn passie en wat hij als match voor zich ziet met de film van Werner Herzog. Legowelt vertelt met een dergelijke ondertoon die verraadt dat voor de man een jongensdroom uitkomt. “Toen ik deze film voor het eerst zag, jaren geleden, dacht ik al: dit is best wel een brute film. Hier kan ik wat mee.”
 
Terwijl we afreizen naar Transsylvanië, waar de wind huilt en wolven janken, worden we op magnifieke wijze muzikaal begeleid. Wie het niet weet hoort het niet, de muziek die aanwezig is door op de achtergrond te mogen zijn. En zelfs als de tonen duidelijk de voorgrond betreden, worden zij niet storend: zij geven de film een nieuwe dimensie. De schilderijen van deze klassieker uit 1979, met beelden uit Schiedam en Delft waardoor regelmatig gegniffel klinkt in de zaal, lijken meer een droom dan werkelijkheid. Dat is de cocktail van deze hele avond: het afreizen naar andere oorden, al dan niet in gedachten. Als Graaf Dracula zich op zijn boot begeeft, kijken we bijna liefkozend toe hoe dood, verderf en duizenden ratten daarnaartoe gebracht worden. Nadat het beeld zwart wordt, denderen de synthesizers door, na de laatste tonen klinkt applaus. Alsof een lang gekoesterde wens is uitgekomen, waarna beloning en waardering volgen. 
 
 
Ik fiets naar huis, door de kou heen en de wind die huilt, met mijn dromenvanger in mijn jaszak:
 
“We forget so we can go on living. 
It is just as well. 
We forget. It is just as well. 
Perhaps only in our dreams 
we can remember.”

Tekst: Wouter Springer
Foto's: Tomas Mutsaers / La Notte



meer artikelen