Waar Oost en West elkaar ontmoeten

geplaatst op 02-04-2019

Tussen 5 en 10 maart werd de twaalfde editie van CinemAsia Film Festival gehouden in Amsterdam. “CinemAsia verzamelt, deelt en ontwikkelt Aziatische verhalen om de Aziatische zichtbaarheid in de samenleving te versterken”, luidt hun missie statement. Gedurende dit festival werden niet alleen Aziatische parels gedraaid, maar er waren ook activiteiten zoals karaoke, een mini game arcade, een expositie over de Aziatische LHBT-gemeenschap en een masterclass van editor Mary Stephens.
 

Inspiratie uit het Westen
Mary Stephens was geboren en getogen in Hong Kong. “In Hong Kong heb ik altijd magazines gelezen en films gekeken van Europese cinema en met name French New Wave. Ondanks dat ik nooit formeel film heb gestudeerd, zag ik dit juist als een voordeel omdat ik mijn eigen expertise kon ontwikkelen toen ik mijn eigen films ging maken.” Zo besloot Stephens in Canada verder te studeren; Communication Arts in Montreal. Na haar studie ging ze zelf films maken en editen, waarna ze ging werken als assistent van French New Wave regisseur Éric Rohmer. Stephens heeft inmiddels meegewerkt aan vele films, zoals Last Train Home (2009), Majority (2010) en The Lady Improper (2018), waarvan de laatste werd gedraaid als afsluiting film van de Cinemasia Film Festival. Tijdens de Masterclass van dit filmfestival kon Mary Stephen niet wachten om haar ervaringen en kennis te delen aan het publiek.  
 
“Om heel eerlijk te zijn houd ik niet zo van Masterclasses, omdat ik juist interactie wil met het publiek. Vanmiddag zal ik een aantal clips laten zien waar we over kunnen discussiëren.” vertelt Stephens glimlachend naar haar publiek. De eerste clip die het publiek te zien krijgt is van Majority. Een vader en zijn tienjarige zoon lopen samen in het bos, maar er is een grote fysieke afstand tussen de vooroplopende vader en zijn zoon. Vervolgens is er een scène waar een huishoudster hun huis stofzuigt. De jongen loopt langs haar en duwt haar met kracht tegen de muur aan wanneer zijn vader in de kamer is. “Wat ik altijd doe, is kijken waar ik wil beginnen. De relatie van de hoofdkarakters moet in de proloog al duidelijk zijn.” voegt Stephens toe. De proloog laat niet alleen de relatie zien tussen vader en zoon maar ook hoe de jongen zich verhoudt tegenover hun huishoudster, die van een etnische minderheid komt. De volgende clip borduurt verder op deze relatie. Het begint met de jongen die volwassen is geworden en met zijn moeder aan tafel praat, waarna de jongen een flashback krijgt van de huishoudster toen hij een kind was. In de flashback zit de huishoudster bijna als een beest bij het raam om het van binnen en buiten schoon te maken, gevolgd door een shot van de jongen die haar aankijkt. Er is spanning en het lijkt alsof de jongen de huishoudster pijn wilt doen, waarna de clip stopt. “Mijn tweede advies; negeer een kleine scène niet. In de herinnering van de jongen was de vrouw minderwaardig en in dit shot lijkt haar houding en haar gekreun op dat van een beest.’’

(Invalid img)
 
Editen tussen culturen
Gedurende de clips kwam er een vraag uit het publiek: “Wat heb je geleerd van Érik Rohmer?” Stephens antwoordt: “Genoeg, maar ik zal er een les delen. Hij heeft me de meerwaarde van geluid geleerd. Ik gebruik geluid en geluidscapes om een emotie over te brengen.” Vervolgens speelt ze een clip van Flowing Stories (2014) waar beelden van een dorp in verbouwing te zien zijn, vervolgd door oude foto’s met geluiden van de natuurlijke omgeving. “Deze film heb ik ook gemaakt met Jessey Tsang”, vertelt Stephens. “Hoe werk je zelf met regisseurs? Neem jij tijdens het editen hun film niet over?”, klinken de vragen van het publiek. “Ik suggereer altijd om tijdens de script fase al betrokken te zijn bij het proces. Toen ik de film voor Jessey ging editen, editte ik deze als Jessey. Ik kruip dan in de huid van de regisseur, maar ik neem de rol niet over. Daarvoor moet je een persoon ook goed kennen.” legt Stephens uit. De proloog van deze film was ongeveer 20 minuten terwijl de proloog van Majority iets meer dan 5 minuten was. “Is Aziatische cinema dan slow cinema? En is er een verschil in Aziatisch en Europees editen?”, wordt gevraagd door het publiek. “Het verschilt; vaak verschilt de edits per generatie en niet zozeer per cultuur. Ik vind het persoonlijk leuker om met jongeren te werken. Bovendien zit de cultuur vaak al in de persoonlijkheid van een regisseur, waar die ook doorschemert in de film. Wat ik wel belangrijk vind is dat ik de regisseur eerst leer kennen. Omdat ik Jessey ken, kan ik ook als Jessey editen”, vertelt Stephens.
 
Inspiratie uit het Oosten
Ook voor de filmmakers zonder opleiding had Stephens nog een goed woordje van inspiratie. “Ik heb niet geleerd om te beginnen met een establishing shot; ik begin liever zelfs met 3 shots details. Het publiek is slim genoeg om erachter te komen waar het om gaat”, legt Stephens uit. Ter afsluiting van de Masterclass vertelt Stephens nog een laatste verhaal: “We hebben vaak de neiging om onszelf als slachtoffer te zien omdat we Aziatisch zijn, Afrikaans zijn, vrouwen zijn. We moeten er juist voor gaan en alles uitproberen, omdat het nu juist de beste tijd is om dit te zijn! We kunnen als de besten in het buitenland werken, omdat wij ons kunnen verbinden met anderen; menselijke waarden zijn universeel. Er zijn zoveel kansen, maar je moet er voor gaan. Ik herinner me nog dat ik een afspraak wilde maken met Éric Rohmer om een film budget te bespreken. Dit was in het begin en het duurde weken voordat ik een afspraak had. Ik was al bijna thuis, de sleutel zat in de deur en toen ik hem open deed kreeg ik een telefoontje dat Rohmer me wilde zien. Ik heb meteen de deur dichtgeslagen en ben zijn kant op gegaan.”
 
Ondanks de korte tijd die deze interactieve Masterclass had, kon Stephens veel van haar wijsheden en ervaringen delen. Zelfs voor Stephens was haar pad niet zonder trial en error om als vrouw een editor te zijn in de filmwereld waar al zo weinig vrouwelijke professionals werken. Stephens stak iedereen in de zaal een hart onder het riem: “We moeten er voor gaan”. Inspiratie voor eigen films hoeven niet per se uit maar één deel van de wereld te komen. Zoals Stephens werd geïnspireerd door Europa om een filmcarrière te beginnen, kunnen ook jonge Nederlandse filmmakers, of ze van gemixte afkomst zijn of niet, geinspireerd raken door buitenlandse culturen. Het is namelijk op dit kruispunt waar nieuwe ideeën worden geboren.
 
Tekst: Priscilla Rasyid
Beeld: Michael


 



meer artikelen