Cinema Boudoir: Een overnachting in een filmklassieker

geplaatst op 01-10-2018

Als kind kwam ik altijd al graag in hotels. Net als op vliegvelden. Er hangt altijd een speciale sfeer. Een melting pot van mensen van over de hele wereld die even samen komen, in een wachtmodus geraken, waarbij ze afhankelijk zijn van wat de omgeving te bieden heeft, om vervolgens hun reis voort te zetten of simpelweg terug naar huis te gaan.

Nu sta ik in de ‘Cinema Boudoir’ kamer van het Volkshotel en zelden heb ik een hotelkamer als deze gezien. Rood. Haast alles is rood. Het tapijt en de muren. Het woord ‘Boudoir’ betekent: klein, elegant, comfortabel en intiem vertrek, stammende uit de Franse Baroktijd. Een vertrek waarin de vrouw des huizes zich terug kon trekken voor vermaak of om na te denken. Het decor van de kamer heeft tevens iets weg van het Hollywood uit de jaren 50 waarin Gloria Swanson zichzelf op het witte doek aanschouwt, zoals in Sunset Boulevard. Ook zou Jean-Luc Godard in deze kamer goed uit de voeten kunnen om een scène te draaien. In zijn films worden ruimtes vaak gebruikt om 360 graden in te draaien, met een muur of een ander obstakel in het midden. In deze kamer is dit obstakel in de vorm van een grote stijlvolle bruine kast die de kamer scheidt van de ‘hal’. Vanaf de muur staart Cary Grant me aan. Mijn eerste instinctieve reactie bij zijn blik is om op de grond te duiken zoals in zijn beroemde scène in North by Northwest, waar een vliegtuig het op hem gemunt heeft terwijl hij zich in een maisveld probeert te verbergen. Ik kan me laten vallen op het bed, al oogt het bad ook erg aanlokkelijk.

Je hebt de mogelijkheid om Netflix aan te zetten via een iPad, maar met het Nederlands Film Festival voor de deur kies ik ervoor om mijn laptop aan te sluiten en Guernsey (2005) te kijken van auteur-regisseur Nanouk Leopold. Een film die mij enorm heeft geïnspireerd voor mijn afstudeerfilm Dante vs. Mohammed Ali. En waarom Guernsey? Omdat Guernsey een Nederlandse film is die het beeld gebruikt om te vertellen. Net als regisseur Antonioni die weinig laat aflezen in de gezichten van zijn personages, maar emoties communiceert door middel van beeldtaal. Iets wat een zeldzaamheid lijkt in de Nederlandse cinema. Misschien is dit ook wel de reden dat Guernsey direct erkenning kreeg in Cannes. Eveneens een zeldzaamheid voor een film afkomstig uit ons land. Zoals een criticus ooit mooi omschreef: ‘de kracht van de vertelling zit hem in wat er niet wordt gezegd’. Gelukkig wordt er in de kamer ook niets gezegd en zijn de muren zo dik dat je van de buren niets mee krijgt. We bevinden ons tenslotte in hartje Amsterdam, maar het had net zo goed in een dorp nabij Uppsala in Zweden kunnen zijn. Een plek waar welgeplaatste stiltes tot haar recht kunnen komen.

Wanneer de sfeervolle verlichting dimt en de filmsterren aan de muur zich in schaduw hullen zien we Maria Kraakman uit het raam van een auto staren, uitkijkende op een voorbij bewegend uitgestrekt rotsachtig zandlandschap. Het doet even denken aan de opening van Antonioni’s Proffesione: reporter waarin Jack Nicholson in een soortgelijk landschap worstelt met zijn vastgeroeste bestaan. Haast letterlijk komt hij met zijn Jeep vast te zitten in het zand. In Guernsey lijkt het leven van Maria Kraakman echter enkel voorspoed te kennen, al vertelt het beeld iets anders. Waar een beweging van links naar rechts in beeld volgens de conventionele filmtaal progressie betekent, beweegt de opening van de film zich continu naar links. Iets wat een knagend gevoel van ‘achteruitgang’ opwekt. Daarnaast is er enkel stilte. Prachtig. Maar dan… Door een zelfmoord van iemand in haar naaste omgeving draait het leven van Maria volledig om. Ze gaat alles in twijfel trekken: ‘Wat gebeurt er wanneer ik plotseling zou sterven?’, ‘Hoe zouden naasten hierop reageren? ‘Wat beteken ik voor hen?’ en ‘Hoe is ze eigenlijk zo ver verwijderd geraakt van de mensen om haar heen?’. Ze wordt obsessief en gaat haar geliefden volgen, bespioneren. Een zwaar thema waar vele levensvragen aan ten grondslag liggen. Het is echter het beeld wat deze vragen stelt en niet de personages. Dit brengt een enorme kracht met zich mee. Nanouk Leopold speelt met tijd en ruimte, wat de kijker weer tijd en ruimte geeft om zelf een interpretatie te vormen en te reflecteren op eigen ervaringen en levensvragen. Achteraf kun je je zelfs afvragen of het gevoel van achteruitgang, zoals ik deze over de opening omschreef, niet wil zeggen dat de innerlijke worsteling van het hoofdpersonage zich al veel langer aan het ontwikkelen was. En dat de zelfmoord hetgeen was wat de lont van deze worsteling ontstak.

Voor Dante vs. Mohammed Ali hebben we de beeldtaal van zowel Nanouk Leopold als die van Antonioni nauwkeurig bestudeerd. Niet om te kopiëren maar om te onderzoeken hoe we tijd, ruimte en emoties, in dienst van de vertelling, zo betekenisvol mogelijk in beeld kunnen vangen. In het beste geval complementeren de acteurs en het beeld met elkaar, al is dat aan anderen om te beoordelen.
Zelf heb ik de eer gehad om stage bij Nanouk Leopold te lopen tijdens de repetities voor haar eerste toneelstuk voor Toneelgroep Amsterdam. Gedurende deze periode werkte ik eveneens aan het scenario van mijn afstudeerfilm Dante vs. Mohammed Ali. Waar Guernsey genomineerd werd voor vijf gouden Kalveren, waaronder beste film, is Nanouk dit jaar wederom goed vertegenwoordigd met haar nieuwste film Cobain, welke ook voor vijf Gouden Kalveren genomineerd is. En een leuk feitje, al klinkt het weinig bescheiden, onze film is genomineerd voor de Pathé Tuschinski Award voor beste afstudeerfilm. Met dank aan Nanouk dus!

Gek genoeg heb ik niet één moment de gedachte gehad: ‘Wat zal er zich in de kamer naast mij afspelen?’. Enkel stilte. Een ongemakkelijke stilte die hand in hand gaat met comfort. Alsof je thuis bent. En waar de kamer net als de film Guernsey een sterke identiteit heeft, biedt het je de kans de kracht van cinema te ervaren zoals deze ooit bedoeld was: betoverd worden, verdwijnen in een film en de hectiek van de stad en het leven voor ‘een moment’ vergeten. Als goede afsluiter van een avond Nederlandse cinema ga ik nog even naar Werkplaats, de bar op de begane grond, om de film te laten bezinken. Verleidelijk is wel om het drankje mee naar de kamer te nemen, in bad te gaan en een van Warmerdam aan te zetten.


Tekst: Marc Wagenaar



meer artikelen