Menselijke perspectieven in een ingewikkelde oorlog

geplaatst op 12-01-2018

De eerste lange documentaire van regisseur Thomas Vroege (29), A stranger came to town, ging afgelopen november tijdens het IDFA in première. De film is een opmerkelijke combinatie van ooggetuigenverslagen van de oorlog in Syrië en commentaar op de manier waarop wij en de media zulke oorlogsverhalen interpreteren. Na zijn afstuderen aan het AKV St. Joost, waar hij met zijn afstudeerfilm een documentaire Wildcard van het Filmfonds binnensleepte, won Thomas tevens de IDFA Mediafonds Workshop en kreeg zijn korte documentaire 9 days from my window in Aleppo veel accolades op diverse internationale filmfestivals. VERS Magazine sprak met de regisseur over zijn proces, filmen in Syrië en hoe hij de première van zijn film op het IDFA heeft beleefd.

Hoe kwam je op het idee deze film te maken?
“Deze film is een voortzetting van mijn vorige documentaire 9 days from my window in Aleppo, die we voor De Correspondent hebben gemaakt. In deze film wordt Issa, één van de personages die ook in mijn nieuwe film zit, op een dag wakker en ziet dat er voor zijn raam een checkpoint wordt gebouwd door het Vrije Syrische leger. Hij zit vervolgens negen dagen opgesloten in zijn huis en filmt vanuit zijn raam alles wat er gebeurt.
We hebben veel lof voor de film gekregen, maar ook veel kritiek. In de tijd dat de film uitkwam, werd namelijk elke vorm van kritiek op de revolutie meteen als pro-Assad gezien. Tegelijkertijd kun je de gewapende rebellen die strijden tegen Assad natuurlijk ook beschouwen als terroristen. Ik wou heel graag een film maken over de verschillende mensen uit Aleppo en hun perspectieven, die allemaal vanuit hun eigen achtergrond en positie betrokken zijn geweest in de Revolutie.”
 
Heb je weleens bedenkingen gehad bij het feit dat jij als jonge Nederlandse filmmaker het verhaal van de oorlog in Syrië vertelt?
“Als documentairemaker moet je jezelf altijd de vraag stellen waarom jij de film moet maken en of de film überhaupt gemaakt moet worden. In dit geval is het onderwerp al een beetje uitgekauwd. Er zijn al heel veel documentaires gemaakt over Syrië en Syrische vluchtelingen. Voor mij was het belangrijk iets te maken dat verder ging dan een ooggetuigenverslag van één persoon.
Het is eigenlijk een soort opmerking over hoe we kijken en hoe we verhalen vertellen aan elkaar, en wat voor soort mechanismes een rol spelen bij het kijken naar conflictsituaties. We hebben namelijk erg de neiging om zwart-wit te denken en Hollywoodprincipes te leggen op de werkelijkheid. Ik vond het belangrijk om dit als gedachte mee te geven aan de kijker. Mensen kunnen daar iets mee doen als ze willen, maar ze kunnen het natuurlijk ook negeren.”
 
Maak je documentaires uit een activistisch oogpunt?
“Voordat ik naar de academie ging, heb ik op een blauwe maandag politicologie gestudeerd. Ik denk dat ik in mijn films altijd wel een politiek bewustzijn heb – wat misschien in toenemende mate groter wordt. Ik geloof echter niet dat de film zelf activistisch is. Ik denk dat ik eerder zoek naar het menselijke in hele grote politieke gebeurtenissen. Je hebt altijd de pretentie als filmmaker dat je mensen net even iets anders kunt laten zien of anders kunt laten denken.
We kennen inmiddels wel het verhaal van de Syrische revolutie en de revolutionairen. Maar er zijn nog weinig films gemaakt over de confrontatie tussen de Syriërs die allemaal voor een beter Syrië strijden, maar verschillende agenda’s en visies hebben op wat de stad en het land beter maakt. Ik denk dat je niet zo vaak een verhaal ziet waarin al deze verschillende perspectieven samenkomen.”
 
Hoe heb je de stijl van de film ontwikkeld? 
“In mijn oorspronkelijke filmplan Theatre of the crowd – zo heette de film destijds – kwamen eigenlijk helemaal geen personages voor. We hebben op verzoek van HUMAN steeds meer personages in de film teruggebracht en ik ben blij met deze verandering. Het is namelijk de vraag of de film en het metaperspectief zo goed had gewerkt zonder perspectieven op menselijk niveau. Bovendien wilde ik ook heel graag in gesprek gaan met mensen die andere perspectieven vertegenwoordigden dan die van Issa. Voor mij is de kern van de film het tragische principe van mensen die allemaal geloven in een betere toekomst, maar dat op een andere manier voor zich zien.”
 
Het lijkt mij moeilijk om afstand te bewaren als je een film maakt over zo’n zwaar onderwerp en tevens met mensen werkt die hele heftige dingen mee hebben gemaakt. Hoe ben je daar als filmmaker mee omgegaan?
“We hebben veel voorgesprekken gehad en je probeert af te tasten wat je wel of niet kunt vragen. Je probeert een verstandhouding te creëren met de personages. Het moeilijke is dat je als documentairemaker wel op zoek bent naar het pijnlijke, want je wilt een emotionele laag aanbrengen in je film. Één van de personages vertelt op een zeker moment geëmotioneerd dat zijn dochtertje hem niet meer herkent en zijn vrouw niet weet van zijn sluimerende PTSS. Daar moet je als filmmaker heel zorgvuldig mee om gaan. Maar mensen begrijpen op een zeker moment ook wat er nodig is voor een film.”
 
Je hebt een gedeelte van de documentaire in Syrië gefilmd. Hoe was dat?
“Het was heel intens. We zijn via Beiroet naar Damascus gereisd per auto en dat was goed te doen, Damascus is een stad vol met leven. Vanaf het moment dat we Damascus verlieten, hadden we een Minder van de overheid bij ons voor onze eigen veiligheid, maar ook om ons te controleren. Als je richting Homs gaat en vervolgens naar Aleppo rijdt, wordt het heel tricky. We moesten voortdurend checken welke wegen we wel of niet konden gebruiken. Je rijdt natuurlijk door een militaire zone. Ik heb heel slecht geslapen die week. Je hoort overal om je heen geschiet en bommen vallen.”

Hoe heb je de première op het IDFA ervaren?
“We hebben tot het allerlaatste moment doorgewerkt om de film af te krijgen. Dus je zit in een totale shock als het dan eindelijk voorbij is. Ik ben heel hard gaan feesten, want dat was ook wel echt even nodig. Maar daarna voel je opeens een zwart gat ontstaan. Wat nu? Je hebt de hele tijd in een adrenalinestoot doorgewerkt, nachten doorgehaald en dan valt alles opeens weg.”
 
Na het zwarte gat dan door naar het volgende project?
“Uiteindelijk. Ik heb een klein beginnetje voor een idee, waar ik nog niet te veel over kwijt wil. Het gaat over mensen die de waarheid niet aan kunnen. Het is een interessant gegeven, zeker ook in de post-truth tijd waarin we nu leven. Ik wil graag een film maken over het menselijke principe wanneer iets met een klein leugentje begint, en het vervolgens groter wordt dan je ooit had kunnen denken.”
 
Welk advies zou je geven aan filmmakers die aan het begin van hun carrière staan?
“Het belangrijkste wat je leert tijdens je projecten en wat ik mezelf ook steeds probeer te herinneren, is dat je het klein moet houden. Dat je je onderzoek zo klein mogelijk houdt en dat je probeert zelf de variabelen te scheiden: waar ben ik precies naar op zoek? Je moet voorkomen dat er te veel dingen door elkaar heen gaan. Probeer de essentie te vinden van wat je interesseert in het onderwerp. Het is heel makkelijk om te midden van de productieketen te verzuipen in je onderwerp. Denk daarom goed na waarom je een verhaal wilt vertellen en wees kritisch naar jezelf toe: waarom ben jij de juiste persoon om dit verhaal te vertellen?”
 
A stranger came to town is geproduceerd door HALAL Docs en wordt op vrijdag 19 januari inclusief nagesprek vertoond in Pakhuis De Zwijger. Voor meer info klik hier.



Tekst: Abigail Prade
Foto's: HALAL



meer artikelen