Tien regietips van TIFF19

geplaatst op 20-09-2019

Op de 43e editie van het Toronto International Film Festival komen de groten der aarde weer bij elkaar. Van filmmakers als Terrence Malick en Roy Andersson tot bekende sterren als Scarlett Johansson, Leonardo DiCaprio, Tom Hanks en Meryl Streep. De perfect kans om al deze makers aan de tand te voelen over hun carrière, hun wijze lessen en de risico’s die ze namen. Deze week bracht de festivalorganisatie zes internationale regisseurs bij elkaar om hun ervaringen achter de camera te delen met het aanwezige publiek. VERS maakte een samenstelling van tien tips uit de beste tips van Ed Burns (Beneath The Blue Suburban Skies), Amal Har’el (Honey Boy), Andrew Patterson (Vast of Night), Minhal Baig (Hala) en Haifaa Al-Mansour (The Perfect Candidate).
 

1. Niet alles gaat volgens plan
Als regisseur moet je veel keuzes maken. Juist wanneer niet alles volgens plan gaat. En dat gebeurt vaak tijdens het maakproces. Al-Mansour: “Pre-productie wordt vaak onderschat, maar ik denk dat het heel belangrijk is voor regisseurs om hun tijd te nemen zich voor te bereiden en hun visie over te brengen aan alle departementshoofden, zodat iedereen op één lijn zit. Want wanneer je op de set staat, gebeuren er soms de raarste dingen. Je kan dan alles tot in de puntjes hebben voorbereid, maar soms doet het licht het ineens niet, begin je ergens te laat aan of is er een prop niet gearriveerd. Wanneer echter de departementshoofden voorbereid zijn, kun je in dat soort situaties op hun leunen en vertrouwen dat ze de juiste keuzes maken, zodat jij je kan focussen op je relatie met de acteurs en het verhaal.” Al-Mansour werkt veel met echte mensen en ze cast ze expliciet om hun unieke ‘essentie’. “Dan moet je er ook rekening mee houden dat ze weinig ervaring hebben met de productiekant van films maken. Maar dat kan juist ook verrassen, want ze brengen zichzelf naar de set. Zo kan ik ze vertellen waar ze moeten staan en wat ze moeten doen, maar als iemand dan bij binnenkomst een ritueel begint waarbij hij zijn schoenen langzaam uit doet, omdat dat onderdeel is van zijn cultuur, dan vertelt dat een verhaal dat ik ook mee wil nemen in de film. Ik zie het draaien van een scène als een bloem die voor je camera opbloeit, dat kan prachtig zijn.”
 

2. Het script is niet het evangelie
Burns: “Film is een collaboratief medium. Ik leerde vroeg dat je als regisseur de wereld van het verhaal in je hoofd hebt. Niet alleen wat er op papier staat, maar alles eromheen. Het verhaal, het design, de kostuums, de look. Acteurs komen daarentegen op de set met als enige zorg hun rol en wat ze die dag moeten doen. Ze hebben daar zoveel gefocust werk op gedaan dat zij het karakter nu eigenlijk beter kennen dan jij. Dus, je moet naar ze luisteren. Ze zullen met ideeën komen die jij zelf nooit had gezien of bedacht. Hoe meer je acteurs in het proces meeneemt, hoe rijker je karakters zullen worden.”


3. Creëer vertrouwen met je cast & crew
Amal Har’el heeft een achtergrond in documentaires en weet dus hoe belangrijk het is om een vertrouwensband op te bouwen met de mensen waarmee je een film maakt. Tijdens het maakproces van haar fictie regiedebuut Honey Boy leerde ze dat dat op een dergelijke set precies hetzelfde is. “Tijdens het maken van een documentaire had ik nooit de intentie om een verhaal van iemand te ‘stelen’ en weer uit hun leven te verdwijnen. In mijn ogen maak je een film altijd samen. En hoewel acteurs heel anders zijn dan de onderwerpen van een documentaire, werkt het op een set toch hetzelfde. Je moet een relatie bouwen waarbij jij alles voor de acteur kan zijn, wat hij of zij op die dag nodig heeft. Soms is dat de rol van een vriend, een moeder, een vijand of een muse. En uiteindelijk moet jij goed onthouden dat je daarnaast een relatie met je acteur hebt die verder gaat dan alleen die dag. Zo maak je samen een mooi verhaal.”


4. Wees kwetsbaar
Er wordt vaak gezegd dat je moet schrijven over wat je kent. Dat geldt zeker voor deze zes regisseurs. De verhalen die in de films van de panelleden worden verteld zijn persoonlijk en herkenbaar voor velen. Maar dat verhaal vertel je niet zomaar. Baig: “Je gaat bij het schrijven van zo’n persoonlijk verhaal door allerlei angsten. Maar je moet op een gegeven moment besluiten dat je het gewoon gaat doen. Voor mij is het altijd een manier geweest om om te gaan met waarheden uit mijn leven die in het dagelijks leven soms moeilijk zijn te confronteren. En als je het uiteindelijk besluit dan maakt, ben je alsnog bang dat je bekritiseerd of veroordeeld wordt voor wat je te zeggen hebt. Ik heb het script voor Hala om die reden heel lang beschermd en voor mezelf gehouden. Het was een proces om de stap te nemen om het te maken, maar alleen dan vertel je een waar verhaal.”


5. Er is niet maar één manier om een film te maken
Burns: “Je zult sommige schrijvers horen zeggen dat je absoluut een outline moet schrijven, anderen beweren het tegenovergestelde. Storyboard of doe het juist niet. Maar ik doe het al zo lang, dat je leert dat je soms wil experimenteren en als het ware met andere kleuren wil schilderen dan eerder gebruikt zijn. Daar moet je voor open staan. Zoek je eigen pad. Sommige plannen zullen mislukken, maar maak weer een nieuwe film en experimenteer opnieuw.”


6. Je stijl is niet altijd de definiëren in een look
Baig: “Ik wil zelfs niet eens een consistente visuele stijl. Ik wil juist dat mijn films een reflectie zijn van het hoofdpersonage en laten zien wie zij zijn en welke energie zij brengen. Ik heb korte films gemaakt die er allemaal heel anders uitzien en als je ze zou kijken zou je niet per se kunnen zien dat dezelfde persoon ze geregisseerd heeft. Maar de rode draad is de persoonlijke inhoud. Soms zit dat hem in de cultuur waar ik vandaan kom of de dingen die ik heb meegemaakt. En dat is ook een stijl.”


7. Je maakt je film eigenlijk altijd drie keer
Har’el: “De eerste keer is wanneer je het schrijft, de tweede keer is op de set en de derde keer is in de montage. Op de set kun je nog veel improviseren op basis van het script en in de edit kun je o.a. veel proberen in volgorde. Het script voor Honey Boy (geschreven door Shia LaBeouf, die in de film ook zijn eigen vader speelt) was lineair geschreven, maar in de film gaan we voor- en achteruit in de tijd. We voelden dat we de ‘waarheid’ van het verhaal hadden gedraaid, dus in de montage waren we vrij om ermee te doen wat we wilden. Het maakt dan niet meer uit wat het plan tijdens het schrijven of draaien was, je vertelt het beste verhaal mogelijk. Als we alles helemaal hadden dichtgeplamuurd zodat het maar op één manier verteld had kunnen worden, zou ik me geblokkeerd hebben gevoeld, alsof we geen opties hadden. En als een filmmaker wil ik altijd opties hebben.”


8. Je mist altijd momenten
Voor zijn film Beneath The Blue Suburban Skies besloot regisseur/acteur Ed Burns alles zo minimalistisch mogelijk te doen. Elke scène werd met maar één of twee camerahoeken gedraaid, de film is in zwart-wit en in zijn geheel zonder muziek. “Maar zelfs als we alles veel uitgebreider hadden geschoten: je hebt nooit genoeg tijd of geld. Je hebt in de montage altijd momenten dat je jezelf voor de kop slaat dat je iets niet nog een keer hebt gedaan of je jezelf afvraagt waarom je dat shot toen het mooiste vond. Dat gevoel gaat nooit weg.”


9. Onzekerheid hoort erbij
“Het maken van een film kan soms verschrikkelijk eng zijn”, biecht Al-Mansour op. “Tot op het laatste moment. Als je je film aan het ‘vinden’ bent in montage ga je door die klassieke cyclus die alle artiesten zullen herkennen. Waarbij je van de gedachte dat je een stuk stront bent en je het nooit meer wil doen, hopt naar een moment waarbij je jezelf geniaal vindt en weer terug. Dat is constant en iedereen om je heen zal een beetje lijden. Tenzij ze je goed genoeg kennen en denken ‘whatever’ die komt er wel weer bovenop”, lacht Har’el.


10. “Nee” opent nieuwe deuren
De industriekant van het maken van een film kan creatieve vrijheid voor je gevoel soms in de weg zitten. Je kan toch op die ene locatie niet draaien, want het is niet brandveilig, de volgorde van draaien wordt omgegooid, omdat het qua planning productioneel niet uitkomt of je bent eerder over budget gegaan, waardoor je een ander belangrijk onderdeel moet schrappen. De ogenschijnlijke tegenslagen lijken soms niet op te houden, maar een ‘nee’ kan soms ook mooie dingen opleveren. Al-Mansour: “Ja, budgetten, planningen en regels kunnen soms limiterend voelen, maar als je de ene locatie niet kan gebruiken en je moet op zoek naar een alternatief, kom je soms juist mooiere en beter passende plekken tegen. Elke film is een levend wezen en ontwikkelt zich al doende binnen de omstandigheden.”
 

* Bonustip: social media
Minhal Baig is in Toronto met haar featuredebuut Hala en als jonge filmmaker heeft ze een bonustip voor anderen: gebruik social media. “Volg de filmmakers waar je tegenop kijkt op bijvoorbeeld Twitter. Ze delen heel vaak tips en tricks en bieden online dus eigenlijk een soort gratis filmschool aan. Ontdek hoe zij zijn gekomen waar ze zijn of de dingen waar zij in het maakproces tegenaan zijn gelopen en leer ervan.”
 

Tekst: Loeke de Waal
 
De komende weken doet onze redacteur in Amerika, Loeke de Waal, live verslag vanaf TIFF 2019. Ze gaat naar zoveel mogelijk panels, spreekt met zoveel mogelijk makers en kijkt zoveel mogelijk films om jou te inspireren én informeren over internationale trends en de positie van de filmindustrie.
 



meer artikelen