Van idee tot montage: documentairemaker Dikla Zeidler over het maakproces van SAMAR

geplaatst op 02-06-2019

In dit interview met Dikla Zeidler gaat VERS uitgebreid in op de verschillende fases van haar nieuwe documentaire SAMAR – vliegen we of vallen we? van idee tot montage. Welke keuzes heeft Zeidler moeten maken die tot de uiteindelijke documentaire hebben geleid? En op welke moeilijkheden stuitte zij tijdens dit maakproces?
 

De nieuwe documentaire SAMAR – vliegen we of vallen we? van regisseur Dikla Zeidler volgt het leven in de sociaal-anarchistische kibboets Samar, gedurende een jaar. Ongeveer 250 bewoners, inclusief kinderen, vrijwilligers en aspirant-leden wonen en werken met elkaar op de kibboets, waarvan ongeveer 100 leden als gelijkwaardige partners over de besluitvorming gaan. In de kibboets-vergaderingen worden deze beslissingen gemaakt.



Verloren idealen in het paradijs
Zeidlers interesse in de kibboets is niet verwonderlijk. Haar overgrootouders hebben een kibboets opgericht en zelf werd ze er ook geboren. Haar eerste documentaire Mijn zusje, de soldaat (2013) eindigt met haar ouders die Israël verlaten omdat haar vader constateert dat de staat Israël de kibboets-idealen vaarwel heeft gezegd. “Ik vond dat altijd heel pijnlijk,” zegt Zeidler. “Met die verloren idealen wilde ik iets doen. Ik wilde weten of het mogelijk is om op deze manier te leven en op basis van idealen een gemeenschap op te richten.”
 
Met dit gegeven ging Zeidler op zoek naar de geschikte kibboets voor haar film. Via, via, via, (namelijk via een Facebookoproep, die een vriendin van haar zusje had gezien, wiens vader ook filmmaker is en in het leger heeft gezeten met een man die in Samar woont) kreeg Zeidler toegang tot de leefwereld van Samar. Zeidler’s eerste indruk van Samar was alsof ze in een walhalla was beland: “Ik werd overvallen door de harmonieuze paradijselijke sfeer en dacht: ‘wat doen we toch allemaal moeilijk in Amsterdam!’. Ik moest mezelf er de hele tijd aan herinneren dat ik daar was om research te doen, en niet om leuk mee te doen.”



Constructie van de film
De eerste researchperiode was net voordat de dadeloogst zou beginnen. Zeidler noemt het een soort stilte voor de storm. Ze sliep bij een van de bewoners, draaide mee als vrijwilliger op de dadelplantage en voerde ondertussen veel researchgesprekken. Ze voelde meteen aan dat Samar het onderwerp van de film zou worden. Samar bestaat al ruim 40 jaar lang en verwerkt ruim 8 ton dadels per jaar (!). Het was precies waar ze naar op zoek was.

De dadelplantage kreeg een centrale rol in de film. “Op Samar is de dadelplantage de belangrijkste bron van inkomsten voor de inwoners. Los van de mooie beelden, staan de bomen ook symbool voor hoe de mensen in Samar in het leven staan. Hoe de mensen over de dadelbomen spraken was het net alsof ze het over mensen hadden. Ze zien de bomen bijna als levende wezens.”

Toen Zeidler voor haar tweede researchperiode terugkwam, merkte ze de scheurtjes op in de kibboets. Het was inmiddels winter geworden. De oogst was voorbij, de rekening werd opgemaakt en de begroting voor het nieuwe jaar moest worden opgesteld. Zeidler: “Het is heel moeilijk om het met 100 mensen eens te worden over hoe het geld te verdelen. Dan worden de grote onderlinge verschillen duidelijk. Een van de inwoners zei dat het een cyclus is die zich elk jaar herhaalt. Net voor de zomer is er saamhorigheid en is iedereen in volle verwachting wat de oogst hen brengt. Dan komt de winter met de daarbij horende financiële problemen. De kibboets valt gevoelsmatig dan even uit elkaar. Zo wilde ik de film ook construeren.”



Draaien als een natuurfilm
Door de intensieve researchperiode had Zeidler een wederzijds vertrouwen opgebouwd met de bewoners. Ze noemt het zelf een kwestie van geven en nemen: “ik heb niet alleen aan hen gevraagd om te laten zien wie zij zijn, maar ook laten zien wie ik ben.” Uit haar research was gebleken hoe de paradijselijke omgeving en het ogenschijnlijk harmonieuze samenleven scheuren vertoonde, maar het vangen van die momenten tijdens het draaien was lastig, aldus Zeidler. Daarbij wilden sommige bewoners per definitie niet gefilmd worden. Ook gaf de geluidsman de personages vaak geluidszenders en plakte deze tijdens groepsgesprekken onder de tafel. Voor een filmcrew is dit normaal, maar de bewoners zijn dit natuurlijk niet gewend. “Van dat gegeven werden sommige mensen een beetje paranoïde,” zegt Zeidler. “Ligt er nu ergens een zender? Word ik nu afgeluisterd? Wat doen ze dan met dat materiaal? Terwijl ik dacht: je kunt me toch vertrouwen! Ik zou toch nooit iets in de film doen wat jou kan schaden?”

Tijdens zowel research- als draaiperiode, verbleef Zeidler met haar cameraman en geluidsman op de kibboets. De vrijheden en idealen die de bewoners in de kibboets nastreven, golden daarom ook voor Zeidler en haar crew. Zeidler: “Je kunt niet komen met: ‘ik wil dit, dus jij moet dat doen’. Nee, het is: ‘ik wil een film maken, wat is er mogelijk?’ Wat zij wilden ging voor.” Het was daarom voor Zeidler best wel een ontlading toen ze weer naar huis mocht: “Het klinkt een beetje hard, maar ik was ook wel blij als het draaien erop zat. Ik moest in de kibboets zo geduldig zijn voor iedereen met z’n eigen gekkigheden. Op de vier uur durende weg naar het vliegveld kreeg ik de slappe lach met mijn crew in de auto. En alle andere mensen kon ik wel schieten.”

Door haar intensieve researchperiode kon Zeidler zich goed voorbereiden op de draaiperiodes. Ze wist precies wat ze wilde draaien. Op pad met een 'wensenlijstje' van zes pagina’s, kon ze ter plekke vrij intuïtief te werk gaan en gaf dit ook mee aan de camera- en geluidsman. Zeidler zegt dat haar cameraman het ook wel vergeleek met een natuurfilm. “Je weet dat er iets gaat gebeuren, maar niet wanneer het gebeurt.”



Het gaat om de groep
Gewapend met al het materiaal ging Zeidler de montagekamer in en hield ze viewings. Zo intuïtief als ze draaide, zo associatief ging ze ook te werk in de montagekamer. Iedere keer stelde ze zichzelf de vraag: ‘is dit wat ik wil zeggen?’ Zo werd in de montage pas duidelijk dat het idee om meerdere personages te volgen, niet werkte. “Ik heb met zes mensen interviews gedraaid en dat zag ik tot het laatste moment nog voor me. Maar in de montage bleek dat een gemiddelde Nederlandse kijker veel langer nodig heeft om te wennen aan gezichten.” Hiermee bedoelt Zeidler dat een personage meerdere keren in beeld moet komen, voordat de kijker het personage als zodanig gaat herkennen. Dit heeft er ook mee te maken dat er in de film veel wordt gepraat en er ondertiteling onder staat, waardoor je minder goed naar het beeld kijkt, aldus Zeidler. Dat viel haar wel een beetje tegen. “Ik merkte ook - wat ik grappig vond - dat mensen heel erg behoefte hadden aan een stukje houvast. Ik wilde het over het geheel hebben, de groepen waarin mensen pionnen zijn. Maar de mensen wilden veel meer weten over de personages, terwijl ik dacht: daar gaat het helemaal niet over.”



Waar de film dan wel over gaat? “Een onderzoek naar hoe we onze idealen in de praktijk kunnen brengen. Hoe we als mensen kunnen samenleven.” Zeidler ziet Samar als mini-kosmos van de rest van de wereld: “Wat daar gebeurt, gebeurt ook op heel veel andere plekken. Het lukt hen wel om al 40 jaar te bestaan, dus ergens gaat het ook goed, maar het gaat ook heel vaak mis. Hoe kunnen we dat nog beter maken?” Op dit moment volgt Zeidler een groep Amsterdamse krakers die proberen vorm te geven aan directe democratie. Het mooie ervan, vindt Zeidler, is dat ook deze mensen proberen om een eigen leefwijze te vinden; want wie weet vinden zij wel een soort vorm die voor hen werkt.

De documentaire SAMAR – vliegen we of vallen we? is te zien op 2doc.nl en op NPO Start.


Tekst: Fey Yen van Kolfschoten
Beeld: Dikla Zeidler ©


 



meer artikelen